Er zijn verschillende soorten onderzoek en daarbij zijn de twee belangrijkste verschillen die tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Waarin verschillen deze vormen van elkaar? Een kwalitatief onderzoek richt zich op inzicht, ervaring, beleving. Hierbij werk je vooral talig, met woorden. Bij een kwantitatief onderzoek worden conclusies getrokken uit cijfermatig verkregen data. Deze vorm van onderzoek is eenduidiger, omdat getallen en cijfers weinig ruimte geven voor interpretatie.
Veel opleidingen werken met een kwalitatief onderzoek. In zo’n onderzoek kunnen kwantitatieve data wel een rol spelen, bijvoorbeeld een enquête, maar uiteindelijk worden data verkregen uit:

• literatuur
• Interviews
• Observaties
• Case studies

Een theoretisch kader (literatuuronderzoek) vormt de kennis en input voor de interviews en observaties en vormt dus een belangrijk onderdeel van het onderzoek. Het is handig om in je plan dit theoretisch kader goed neer te zetten. De meeste studenten vinden dit lastig.

Om een goed theoretisch kader neer te zetten is het handig met een stappenplan te werken:
Hoe verzamel ik?
Waar zoek ik?
Hoe zoek ik?
Wat heb ik?
Wat gebruik ik?

Hoe verzamel ik?

Wat hoort bij je onderwerp / thema? Wat is de kern en welke begrippen horen daarbij? Welke definities ga ik gebruiken (en verantwoorden). Je kunt dit opschrijven, maar ook een woordweb of een mindmap gebruiken. Kies wat bij je past.
Het is van belang dat literatuur actueel is (niet ouder dan 10 jaar) en dat het onderwerp vanuit verschillende meningen en ideeën belicht wordt.
Als je aan de slag gaat: Werk meteen je literatuurlijst bij!!!!

Theoretisch kader

Tess heeft literatuur opgezocht en in haar studiehandleiding staat dat zij minimaal twee theorieën moet gebruiken van waaruit haar onderwerp benaderd kan worden. Haar plan is vastgelopen en de sociale identiteitstheorie waar ze hard aan gewerkt heeft sluit eigenlijk niet aan bij haar thema.

Eerst proberen we samen een overkoepelende theorie te vinden, zodat er logica ontstaat en gaandeweg wordt haar stuk steeds beter. Tess besluit haar sociale identiteitstheorie te behouden en uiteindelijk is het haar stuk en is het haar keuze. Het is moeilijk iets weg te gooien waar je veel tijd en energie in gestopt hebt.

Zodra het naar de beoordelaar van haar opleiding gaat is deze positief verrast door haar verslag. Ze pakt een pen en streept de hele sociale identiteitstheorietheorie weg. Ik hoor later dat Tess even aan mij dacht op dat moment, maar dat is het verschil tussen mij en de opleiding. Mijn vragen leiden tot keuzes die een student zelf maakt. Gelukkig hoeft Tess nog maar één aanvullende theorie te beschrijven voor haar verslag wordt goedgekeurd.

Een theoretisch kader geeft informatie, kennis en zet aan tot nadenken voor het praktijkdeel van een onderzoek.

Monique van Daalen
Afstudeercoachinghbo